Tweede Kamer neemt vrijwel ongewijzigde Wet werkelijk rendement box 3 aan

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Daarbij is slechts één van de ingediende amendementen aangenomen. Dit amendement regelt dat de wet niet pas na vijf jaar wordt geëvalueerd, maar al na drie jaar. Nu het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is aangenomen, is de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2028 nog steeds haalbaar.

Het nieuwe box-3-stelsel belast het werkelijke rendement op basis van vermogensaanwas. Daarbij zullen zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeontwikkelingen worden belast en zullen kosten aftrekbaar zijn. Dit laatste in tegenstelling tot de huidige tegenbewijsregeling.

Een uitzondering op de hoofregel geldt voor vastgoed en aandelen of winstbewijzen in startups. Deze vermogensbestanddelen zullen worden belast met een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardeontwikkeling pas wordt belast bij realisatie.

Het nieuwe kabinet-Jetten kondigde in het Coalitieakkoord aan op termijn de vermogensaanwasbelasting in het nieuwe box-3-stelsel te willen vervangen door de vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen in box 3. Een Kamermeerderheid lijkt daar wel oren naar te hebben. Maar de invoering hiervan zal niet voor 1 januari 2028 gebeuren; eerder is niet haalbaar. De invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 opnieuw uitstellen is geen optie, omdat dit de staatskas jaarlijks miljarden euro’s kost.