Adres
Ringdijk 398
2983 GS Ridderkerk
Tel: 0180 - 410 635
Info@kantoorabri.nl

Openingstijden:
Maandag t/m Vrijdag van 09.00 t/m 16.00 uur.

Stand van zaken wetsvoorstel RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen

Wat is de stand van zaken over dit in september 2020 ingediende wetsvoorstel? De gedachte is dat het advies van een bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer bij de beoordeling van de re-integratie-inspanningen (RIV-toets) niet meer wordt getoetst door het UWV. Dit voorstel komt voort uit de onzekerheid die kleine en middelgrote werkgevers ervaren ten aanzien van het punt of ze wel voldoende aan re-integratie hebben gedaan. Voor werkgevers is het namelijk vaak moeilijk in te schatten of ze wel de juiste stappen hebben gezet. Zelfs als de adviezen van de bedrijfsarts goed zijn opgevolgd, kan er nog altijd een verlengde loondoorbetalingsverplichting volgen.

Hoe staat het er nu voor? De markt heeft niet stilgezeten. Bedrijfsartsen en verzekeringsartsen hebben de handen ineengeslagen en werken aan een gezamenlijk instrument om de belastbaarheid van medewerkers te beoordelen. Dit heet de BAR (Beschrijving Arbeidsbelastbaarheid en Re-integratiemogelijkheden). Het instrument is nog in ontwikkeling, maar bedrijfsartsen kunnen het al wel gebruiken. De afstand tussen beiden wordt verder gedicht door gezamenlijke opleidingen en het multidisciplinair delen van casuïstiek. Dit wetsvoorstel heeft de potentie om de mismatch tussen vraag en aanbod van WIA/Ziektewetuitkeringen met 1% te verkleinen. Verwacht wordt dat het aantal WIA-aanvragen op de lange termijn zal stijgen met 4000 extra uitkeringen per jaar, als gevolg van de invoering van het wetsvoorstel. Al met al leidt dit tot een forse kostenpost.

Meer duidelijkheid gewenst
Tot slot: in de praktijk komt het vaak voor dat de bedrijfsarts en de verzekeringsarts niet dezelfde visie delen ten aanzien van de medische situatie van een werknemer. Dit komt vaak onredelijk over op zowel de werkgever als de werknemer. Voor werknemers is het vaak lastig te volgen dat de ene (bedrijfs)arts concludeert dat er weinig of geen arbeidsvermogen is, terwijl de andere (verzekerings)arts oordeelt dat er weinig aan de hand is en dat de medewerker geen recht heeft op een uitkering. Voor werkgevers kunnen dergelijke verschillen leiden tot loonsancties. Het verzoek aan de minister is dan ook om nu eindelijk met duidelijkheid te komen.