Niet opvolgen advies bedrijfsarts over mediation pakt duur uit

Langdurige arbeidsongeschiktheid vergroot de kans op spanningen in de relatie tussen de werkgever en werknemer. Met name als er geen sprake is van een zichtbare of ernstige ziekte. Ondertussen stapelt het werk zich op en wordt de werkdruk voor collega’s (mogelijk) hoger. Adviseert de bedrijfsarts om mediation in te zetten? Dan is het – om meerdere redenen – van belang dat je dat advies opvolgt. De bedrijfsarts dient de zogeheten STECR-richtlijn te volgen bij arbeidsconflicten. Als de bedrijfsarts ‘aankruist’ dat er sprake is van werkgerelateerde problematiek, zal dat van de werkgever een grotere re-integratie-inspanning vergen dan gebruikelijk.

De bedrijfsarts omschrijft werkgerelateerde problematiek als spanningen in de werkrelatie en adviseert meestal eerst om gesprekken te voeren tussen de werkgever en werknemer. Het is belangrijk om dit op te pakken en ook goed te documenteren. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, schakel dan een mediator in.

Dubbele sanctionering
Zijn er spanningen én heb je als werkgever geen mediator ingezet? Dan kun je met een ‘dubbele’ sanctionering te maken krijgen:

  • Het UWV kan je een derdejaars loonsanctie opleggen, waardoor je het loon langer moet doorbetalen bij ziekte. Aan het einde van het 3e jaar kun je het dienstverband dan eindelijk beëindigen. Maar wat als je medewerker weigert om de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen, omdat je hem of haar de geëiste som geld niet wilt betalen?
  • Als de werknemer naar de rechter gaat voor een extra financiële vergoeding (billijke vergoeding) omdat mediation niet is ingezet, dan is er een serieuze kans dat een rechter daarin meegaat. Het uitblijven van mediation belemmert vaak het herstel van de werknemer en daar tillen rechters – doorgaans – zwaar aan.

Conclusie: door mediation achterwege te laten, kun je als werkgever dubbel worden gestraft. Bij inzet van een mediator in het arbeidsrecht gaan de kosten voor de baten uit. Investeer daarom tijdig en voorkom een loonsanctie én latere hoge claims. (Zie ook ECLI:NL:RBGEL:2022:3939).