Is een mondelinge schenking ook een schenking?

Theo doet op 19 september 2018 aangifte van een schenking van certificaten van aandelen. De mondelinge schenking vond plaats op 24 januari 2018. De notariële akte is op 17 april 2018 vastgelegd. Gelijk aan de aangifte is geautomatiseerd een definitieve aanslag opgelegd. Na onderzoek is de inspecteur van mening dat de schenking niet op 24 januari 2018 heeft plaatsgevonden, maar op 17 april 2018. Theo doet braaf opnieuw aangifte en de inspecteur legt een aanslag op. Maar is dat terecht?

Een van de achterliggende vragen in de zaak van Theo is wanneer de schenking heeft plaatsgevonden. Is dat geweest op de datum dat de certificaten mondeling zijn geschonken, of is dat op het moment van het passeren van de notariële akte? Theo meent het eerste, de inspecteur het laatste. In principe is een mondelinge schenking mogelijk, tenzij er bepaalde vormvereisten gelden. Denk daarbij aan schenkingen op papier. Het bewijs van een mondelinge schenking is wel lastiger te geven.

Rechtbank Den Haag kijkt in de zaak van Theo naar de inleiding van de schenkingsakte. Daar is opgenomen dat het aanbod tot schenking op 24 januari 2018 is gedaan en dat de schenking door de kinderen van Theo ook is aanvaard. In artikel 1 van de notariële schenkingsakte van 17 april 2018 wordt nader bepaald wat er precies op 24 januari 2018 is geschonken. De notaris heeft ook voorafgaand een heel stappenplan ontvangen. De rechtbank oordeelt dat Theo aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een mondelinge schenking op 24 januari 2018. De eerste aangifte is dus juist en de tweede moet de prullenbak in.