Adres
Ringdijk 398
2983 GS Ridderkerk
Tel: 0180 - 410 635
Info@kantoorabri.nl

Openingstijden:
Maandag t/m Vrijdag van 09.00 t/m 16.00 uur.

Ingegane ODV afstorten in een lijfrente – wat moet ik overdragen?

Regelmatig wordt de vraag gesteld wat nou het uitgangspunt is bij afstorting van een ingegane ODV in een lijfrente. Is dat de voorziening of het huidige uitkeringsbedrag? Het antwoord is dat de volledige waarde van de ODV op de afstortingsdatum (dus inclusief oprenting en na aftrek laatste uitkeringen sinds balansdatum) moet worden aangewend voor een direct ingaande lijfrente. Er komt na afstorting namelijk altijd een andersoortige lijfrenteprestatie voor terug, met andere grondslagen. Dat geldt zowel voor afstorting in een verzekeringslijfrente als in een bancaire uitkeringslijfrente.

In de meeste ODV-overeenkomsten staat daarom ook dat de actuele stand van de oudedagsverplichting kan worden aangewend voor afstorting. De afstortingsvariant die het meest op de ODV in de uitkeringsfase bij de bv lijkt, is afstorting in een bancaire lijfrente met dezelfde resterende looptijd als was voorzien bij de bv (tot 20 jaar na AOW). Maar zelfs dán is het eigenlijk niet passend om de hoogte van de uitkering bij de bv als vertrekpunt te nemen. De oprenting van de ODV in eigen beheer geschiedt namelijk jaarlijks met het gemiddelde U-rendement (met herrekening uitkering). Daarentegen wordt bij een bank meestal een depositorente voor de gehele looptijd afgesproken, wat leidt tot een vast uitkeringsbedrag voor die gehele looptijd.